Beïnvloeding gedrag
 

Het Triade-model kan wijzen op het soort gedragsmaatregel dat nodig is om het gewenste gedrag te stimuleren/ het ongewenste gedrag te belemmeren. Ook kan het wijzen op gedragsmaatregelen die weinig effect zullen sorteren.

Voorbeeld 1

Stel dat een beleidsmaker inschat dat voor een bepaald gedrag in een doelgroep de gemiddelde M-waarde 0.8 is, de gemiddelde C-waarde 0.7 en de gemiddelde G-waarde 0.6. De gemiddelde T-score is dan (0.8 x 0.7 x 0.6) = 0.34. De beleidsmaker wil deze T-score verhogen. Hij kiest voor een maatregel die de mensen extra moet motiveren. Deze maatregel kan echter slechts beperkt effect sorteren. Zelfs als hij de M-waarde zou kunnen doen stijgen tot 1.0, zou de T-score beperkt blijven tot 0.42 (1.0 x 0.7 x 0.6). In dit geval zou het beter zijn aandacht te besteden aan de factoren C en G. Stel dat deze elk 0.1 kunnen stijgen, dan resulteert dit in een T-score van 0.45 (0.8 x 0.8 x 0.7).

Voorbeeld 2

Een communicatiedeskundige moet een boodschap maken voor een doelgroep. De mensen in deze doelgroep hebben heel weinig tijd om de boodschap te lezen (G-waarde = 0.2), hoewel verwacht wordt dat ze wel belangstelling zouden hebben voor de inhoud van de boodschap (M-waarde = 0.9). De enige mogelijkheid die de communicatiedeskundige heeft, is de boodschap zeer compact en eenvoudig te houden (C-waarde = 0.9). Een ingewikkelde boodschap zou hier het doel voorbij schieten.



Volgende pagina: verantwoording van het Triade-model