|
- Bij nieuw
te vertonen gedrag hebben de drie oorzaken betrekking op de waarschijnlijkheid
van het gedrag.
- Bij bestaand
gedrag hebben de drie oorzaken betrekking op de kwaliteit van het gedrag.
De kwaliteit is op te vatten als de effectiviteit en de efficiency.
- Een persoon schat
zelf zijn motivatie, capaciteit en gelegenheid in. Daarom gaan we in eerste
instantie uit van de subjectieve motivatie, capaciteit en gelegenheid
van de persoon.
- De drie factoren
vatten alle mogelijke oorzaken van gedrag samen.
- Het is noodzakelijk
elk van de drie factoren in beschouwing te nemen bij de analyse van gedrag
(zie ook de voorbeelden op pag. 5). In de praktijk wordt dit vaak niet
gedaan!
- De drie factoren
hebben een zogenaamde multiplicatieve relatie: ze moeten met elkaar
vermenigvuldigd worden. Zie uitwerking volgende pagina.
- Met het Triade-model
kunnen verschillende soorten gedrag met elkaar worden vergeleken (bijvoorbeeld
om te bepalen welk het meest waarschijnlijk is).
|